Sociale duurzaamheid volgens Evert Hasselaar

!969

Architect Jan Rietveld, zoon van Evert Rietveld, gaf ons tijdens de architectuurstudie in 1969 de opdracht om een straatje in de Veste van Delft om te toveren tot een gezellige winkelhof met boetiekjes. De Veste werd volop gesloopt om plaats te maken voor een grootschalige centrumontwikkeling. “Dat willen we niet”, zeiden we. “We willen liever ontwerpen wat de buurt nodig heeft”. Naïef maar vastberaden stapten we met z’n vijven op, om een jaar lang niet meer op de universiteit terug te keren.

Via de toen pionierende actiegroep Het Oude Noorden in Rotterdam kwamen we in het Delftse Westerkwartier terecht. We gingen de straat op, de school in, organiseerden een project met leerlingen en ouders, stimuleerden de oprichting van een buurtcomité en zo ontstond er een voedingsbodem voor initiatieven. Aktiepunten waren: meer speelruimte en groen op straat, verkeersveiligheid, woningverbetering. Op een zaterdag in april kwam de eerste aktie: de Spiegelstraat werd door bewoners afgesloten om speelruimte voor kinderen te maken. Toen we daar aan kwamen was de politie al aanwezig. Het standpunt van de buurt werd heftig verdedigd. De straat is nooit meer opengegaan voor autoverkeer. De stedenbouwkundige kwam met het idee om het straatniveau bij kruispunten te verhogen, zoals dat ook bij brugovergangen in de binnenstad van Delft te zien is bij bruggen over de grachten: de bobbel geeft een stimulans om even op te letten. Het werkte en er kwamen meer afgesloten straten, meer verkeersbelemmeringen en heel veel meer hobbels. Het woonerf was geboren, een antwoord op bewonersacties in het Westerkwartier. In diezelfde tijd ergerde onze medebewoner van Oude Delft 29 zich aan het ronkende verkeer voor de openstaande brug: de stank kwam zijn kamer binnen. Hij maakte een kartonnen bord met “Brug open, motor af” en benaderde de gemeente om het een officieel tintje te geven. In 25 jaar zou iedere brug in Nederland van deze oproep zijn voorzien. Waarmee aangetoond wil zijn dat kleine acties veel invloed kunnen hebben: onze samenleving is wel degelijk maakbaar.

40 jaar later

Op 23 december was het Breed Beraad voor Gouda Oost. Een sociaal werker van een extern bureau presenteerde een plan om 10 modeljongeren in de wijk op te leiden en weerbaar te maken. Ik zat erbij vanwege de resultaten van een ideeënbrouwerij met buurtbewoners. Tijdens de vergadering stormden zo’n 15 jongelui de zaal binnen. Ze zagen bekende en nieuwe gezichten. Wat doen jullie hier? Ja, wat doen jullie hier! Ze waren aan het lummelen met sneeuwballen tot plotseling een busje stopte en 5 ME-ers meteen met meppen begonnen. Een jongen van 12 viel op de grond en werd gearresteerd. De omstanders renden het veilige buurtgebouw binnen. “Het escaleert”, was hun commentaar. “Het wordt erger en straks komen er messen.” De voorzitters van het wijkteam en het buurthuis gaven stevige repliek: jullie zullen het ernaar gemaakt hebben. Een bescheiden medebewoner, die altijd voor iedereen klaar staat, maakte een afspraak voor de volgende dag. Er kwam een gesprek met de wethouder en de politie, waaruit bleek dat er dat weekend in totaal 80 incidenten waren en de ME wat lucht moest geven aan het politiecorps. Het buurthuis kreeg vervolgens extra geld om tijdens Kerst en Nieuwjaar open te blijven en activiteiten te ontwikkelen. Een eerder ingediend plan om jonge buurtbewoners als beveiligers en bemiddelaars in te schakelen haalde het niet, omdat die taak al uitbesteed was aan een extern bedrijf, dat volgens buurtbewoners nauwelijks zichtbaar is en dat niemand kent.

Vergt dit probleem een andere aanpak dan 40 jaar geleden?  Het antwoord is nee, net zomin als de aanpak in Parijs, Nairobi of Groningen anders zou zijn dan in Rotterdam. De principes zijn immers gelijk: luisteren, samen initiatieven ondernemen, steun verlenen, steeds meer gaan samenwerken aan de specifieke behoeften van de wijk. En de behoeften zijn bekend: achterstallig onderhoud wegwerken, woningen isoleren en verbeteren, meer speelruimte, betere kwaliteit openbare inrichting, veiligheid op sociaal vlak, maar ook inbraakveiligheid en verkeersveiligheid, opvangen van schooluitvallers en werkzoekenden, uitnodigende ontmoetingsplekken, op peil houden van de publiek ruimte. Sociale cohesie, sociaal klimaat, reputatie en identiteit moeten onderzocht worden om de wijk te begrijpen en effecten van maatregelen te kunnen meten, maar om verbeterprocessen op gang te houden zijn eenvoudige vaardigheden nodig: creativiteit, durf, dynamiek en communicatie met ieder, ook achter de voordeur. Respect speelt ook een cruciale rol: respect voor elkaars opvattingen en dat wederzijds. Technische ingrepen worden een probleem als ze niet gekoppeld zijn aan sociale stijging, aan transparante besluitvorming. Het grootste probleem is dat machtige partijen hun eigen agenda volgen en blind zijn voor tegenspraak. Die scheve verhouding tekent de verhouding huurder en verhuurder, hulpverlener en ouders, opgeschoten jeugd en politie, de projectontwikkelaar en het wijkteam. De patstelling mobiliseert tegenkrachten, die destructief werken totdat een partij in beweging komt.

Weer 10 jaar later

Mijn verhalen zijn in 50 jaar niet veranderd, hoewel ik nu meer problemen zie en minder onbevangen ben. Bij mij en vele wijk-aanpakkers loert daar het gevaar: bij twijfel niets doen. Maar we moeten achter de pc vandaan, de wijk in, acties ondernemen waar iedereen energie van krijgt. Hoe kun je sociale dynamiek in een wijk krijgen als je niet durft en je creativiteit op een laag pitje staat? Daarom moeten we minder problematiseren en vooral de kansen pakken. Steeds opnieuw, in een carrousel van probeersels en kortlopende projecten, maar met het oog op echte ontmoetingen, groeiende weerbaarheid en werkzame sociale cohesie.  Er zijn veel positieve en actieve bewoners, die blij worden van samen activiteiten ondernemen met andere bewoners of met professionals, en die alle belang hebben bij een vrolijke buurt. Leve de klimaatcrisis, want die leveren de beweging in de wijkaanpak. Leve de energietransitie, want de overheid en burgers moeten samenwerken. Leve de buurt, want we weten dat wij voor de dynamiek gaan zorgen, via zelfsturend optreden. We kunnen het, we doen het!

Vormen van participatie

De kaalslag met ontsluitingen en centrumontwikkelingen van de jaren ’60 riepen in Dordrecht, Utrecht, Den Haag, Arnhem, Deventer en Groningen veel protesten op. Het Prins Bernhardviaduct in Den Haag gaf mede de aanstoot voor nieuwe lokale politiek. Er kwamen her en der linkse programcolleges en plotseling werd er serieus werk gemaakt van stadsvernieuwing: huisjesmelkers werden aangepakt, en vanaf 1973 werd veel gerenoveerd. Plannen kwamen via strak geregisseerde participatieprocessen tot stand. Participatie was erop gericht om het bestuurlijke systeem te vernieuwen. Bij het presenteren van de eindresultaten van het inspraakproces “Structuurplan Tilburg binnen de ringbanen” zaten de raadsleden op de publieke tribune en de vertegenwoordigers van 47 inspraakgroepen op de zetels: het was een hoorzitting avant la lettre: bestuurders luisteren en leggen bij de besluitvorming verantwoording af wat waarom wel en niet wordt gehonoreerd. Participatie gericht op politieke vernieuwing is nog steeds hard nodig. Participatie in het buurtleven staat momenteel volop in de belangstelling. Het begint met een barbecue en een jaar later is het een straatfeest, weer later zitten de actieve bewoners in een planteam.

Als een gemeente werk maakt van het uitgangspunt: voor iedereen een baan, een opleiding of maatschappelijke functie” dan betekent dat participatie in de samenleving. De sociale netwerken in de buurt zijn een hoeksteen om uitvallers te helpen en uitval te voorkomen. Bij het beleidsuitgangspunt “de bewoner centraal” zou je niet zozeer denken aan een klan-tevredenheidsonderzoek, eerder aan huis-aan-huis bezoeken, of aan gedelegeerde bevoegdheden, want die leiden tot snellere behandeling van klachten. Participatie betekent het nuttig gebruik maken van het gegeven dat bewoners veel weten en dat hun wensen en klachten basis voor goede planvorming zijn.

 

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

De Energietransitie lukt niet bij gebrek aan draagvlak. Draagvlak is vertrouwen dat je belangen worden herkend en erkend. Vertrouwen veronderstelt op haar beurt transparantie in informatie en besluitvorming. Transparantie veronderstelt informatie die op allerlei manieren tot je komt. Het toverwoord is onafhankelijkheid.

Waar partijen, ook de gemeente of de woningcorporatie of een buurtvertegenwoordiging, vasthoudt aan een opvatting, die niet in beweging komt, dan gaat de dynamiek uit het proces. Met wantrouwen ontstaat een muur van frustratie. Het lijkt wel een huwelijk! Jaren kan zo’n vriesperiode duren, tot een partij een knieval maakt en bereid is te veranderen van mening. De vergelijking met een huwelijk gaat verder: in een goed huwelijk groeit dankzij het doorstaan van crises vertrouwen en verstevigt de basis onder de relatie. Dat is sociale duurzaamheid.  Draagvlak verdien je. Draagvlakontwikkeling begint in de initiatieffase van een project en het vertrouwen moet continue herbevestigd worden.

In Gouda hebben we met leuke mensen de Ideeënbrouwerij. We houden ervan om streken uit te halen en activiteiten te ondernemen die positief werken. Een mobiel terras opzetten, fietsen versieren, banden plakken op het station. Als je een middag lang complimenten uitdeelt, word je zelf een blij mens. Er zijn veel nieuwe initiatieven, zo dat de bijeenkomsten beginnen met een caleidoscoop van positieve voorbeelden. Actieve sociale netwerken dragen de ontwikkeling van de wijk. Een goede wijk kan tegen een stootje, blijft in de beleving van de bewoners goed, ondanks incidenten, ondanks een grote verandering in de bevolkingssamenstelling. Ondernemers blijven investeren en zien de toekomst positief in. Er wordt bij problemen kordaat opgetreden door de woningeigenaren of door de gemeente. Sociale competenties voor corrigerend handelen kunnen opgespoord worden en het vertrouwen in daadkrachtig optreden kan groeien.

Wat verstaan we onder handelen?

Stedenbouw: met gebouwen, groen en water de openbare ruimte inrichten als huiskamer van de buurt. Stedenbouw leent zich voor verhalen, zoals verbinding met de historie. Plekken krijgen er grotere waarde door. Welke wijk heeft al een kaart van bijzondere plekken?

Inzetten van Sociaal kapitaal. Startpunt is het zoeken van contact met actieve mensen en netwerken, om die te stimuleren tot lokale projecten en samenwerking bij planontwikkeling. De groep die hiermee aan de slag gaat, kan nagaan wat de rol van netwerken is.

Woningverbetering en ombouw naar gasloze tot energieleverende woningen: fysieke ingrepen met sociale processen verbinden, energiebesparing via maatregelen en gedrag, en zo meer.

 

Een goed proces is garantie voor resultaat. Aan dit proces zijn geen risico’s verbonden.

 

Geef elkaar energie.